|
Op 22 mei 2008 publiceerde ik samen met mijn collega-senator Geert Lambert een vrije tribune in De Morgen om aan te klagen dat de regeringspartijen de regels met voeten treden om de oppositie het zwijgen op te leggen. Of ze dit nu doen bij gebrek aan inhoudelijke argumenten of omdat ze intern tot geen overeenkomsten komen, voor ons was het hoog tijd om de praktijken publiek te maken.
Op 30 april werd de plenaire zitting van de Kamer afgelast omdat B-H-V als een waar zwaard van Damocles boven de regering hing (hangt). De straffe commentaren ("Het parlement wordt gesloten."), deed vermoeden dat er toen geen enkele parlementaire activiteit plaats vond. Maar behalve de Kamercommissies, vond ook de plenaire zitting van de Senaat plaats. Uitzonderlijk onder heel wat mediatieke belangstelling, maar de journalisten dropen ietwat ontgoocheld af.
De Senaat is de laatste jaren, sinds de eerste grote hervorming ervan, immers niet de meest dynamische instelling gebleken. Niettemin blijft het nog steeds een tak van de wetgevende macht. En een niet onbelangrijke bovendien. In haar zoektocht naar een nieuwe opdracht wordt de Senaat bij uitstek het niveau waar de gemeenschappen elkaar kunnen ontmoeten of waarin eerder delicate aangelegenheden aan bod kunnen komen. Althans dat is de theorie.
In de laatste maanden dienen wij hoe langer hoe vaker vast te stellen dat bepaalde zaken blijkbaar niet meer aan bod mogen komen. Neem nu de discussie over de dotatie aan het koningshuis. Zelfs de grootste voorstanders van Royalty zullen aanvaarden dat de verloning van het koningshuis een onderwerp van discussie kan zijn. Uiteindelijk wordt de Koninklijke familie toch met belastingsgeld gefinancierd, zodat enige transparantie ook op zijn plaats is. Nadat hierover in de Hoge Vergadering een vraag werd gesteld aan premier Leterme speelde deze handig de bal terug naar het Parlement: "Wat betreft een eventuele wijziging van de wet van 7 mei 2000 over de dotatie aan de koningskinderen, komt het aan de wetgever toe te oordelen of dat wenselijk is. In dat verband wil ik eraan herinneren dat de Senaat op 18 oktober 2001 heeft beslist om in de commissie voor de Financiën en voor de Economische Aangelegenheden een werkgroep op te richten belast met de voorbereiding van een voorstel over de dotaties ten gunste van de leden van de koninklijke familie".. Hierop dienden we dadelijk de vraag in om deze werkgroep terug op te starten. Vruchteloos ... Keer op keer op keer dringen we aan op de samenstelling ervan, maar evenzoveel worden we afgewimpeld. Men zal er ons wel eens op antwoorden, waarmee men waarschijnlijk stilletjes hoopt dat er geen verder gevolg zal nodig zijn. Hoewel een Koninklijke dotatie voor ons geen delicate zaak is, blijkt het voor de huidige meerderheid toch nog eerder tot de taboesfeer te behoren.
Maar zelfs naar het standpunt van sommige coalitiepartijen kan niet meer gevraagd worden. Toen vorige week het belangenconflict over de inspectie over het basisonderwijs in faciliteitengemeenten ter sprake kwam, werden amendementen van de oppositie eenvoudigweg niet ter stemming gebracht. Kort uitgelegd: Vlaanderen betaalt - terecht - het basisonderwijs in de faciliteitengemeenten, ook dat in het Frans. Al decennia is er een betwisting over wie deze scholen nu eigenlijk mag inspecteren. Niet onbelangrijk omdat zoiets verbonden is met het leerplan en zelfs met de aanstelling van de onderwijzers. Nu men er maar niet in slaagt hiervoor een oplossing te vinden, stemde (op mede-initiatief van CD&V - N-VA) de bevoegde commissie van het Vlaams Parlement enkele maanden geleden een decreet om dit probleem op te lossen. Dadelijk volgde een belangenconflict van het Franse Gemeenschapsparlement, waardoor de discussie in de Senaat terechtkwam. In hun ijver vooral geen communautaire moeilijkheden te moeten oplossen, durfden diezelfde CD&V en N-VA in de Senaat echter niet resoluut stellen dat het Vlaams Parlement geenszins buiten haar bevoegdheid was getreden, wat de stelling van ons amendement was. Vlaamse leeuwen in het Vlaamse Parlement worden blijkbaar plots papieren tijgers op het federale niveau. Dat men geen kleur wil bekennen, is jammer, maar het blijft hun recht. Dat men echter alle regels verkracht om de oppositie het recht te ontnemen om voorstellen te amenderen gaat meer dan een brug te ver.
Dat in België de democratie van de wetstraat terug naar de partijhoofdkwartieren verplaatst is, is niet echt nieuw, maar het blijft betreurenswaardig. Dat men in zijn ijver om "goed bestuur" te lanceren een Kamerzitting aflast, dat men zelfs nieuwe sloten steekt, dat men voorstellen niet agendeert en dat men het amenderingrecht onderuithaalt, is eerder beangstigend. Links en rechts loopt er in een gemeente wel nog een potentaatje rond die denkt dat hij als burgemeester almachtig is. Blijkbaar willen de vazallen van de 16 nu ook in de Wetstraat zo'n regime installeren. In een democratie mag iedereen, ook de oppositie, vrij voorstellen lanceren en ter stemming brengen. Als de regeringspartijen het er niet mee eens zijn, kunnen ze altijd tegen stemmen. In een dictatuur heeft de oppositie dat recht niet ... In een dictatuur leven we hier gelukkig nog niet, maar het is wel ongehoord dat de regeringspartijen bij gebrek aan inhoudelijke argumenten de reglementen aan hun laars lappen om toch maar hun zin te kunnen blijven doen.
|